Structureren en grenzen stellen

Structureren en grenzen stellen | Inspiratie

Structuur en duidelijke grenzen zorgen voor een soepel en duidelijk verloop van de dag. Kijk
eens naar jezelf, zelf vind je het waarschijnlijk ook fijn om te weten hoe je dag eruit ziet en wat
er van je verwacht wordt. Kinderen hebben dit ook en eigenlijk nog meer dan jij, zij moeten het
namelijk ook nog leren.

Structuur

Het bieden van structuur is essentieel voor de ontwikkeling en het welzijn van kinderen.
Structuur zorgt ervoor dat kinderen weten wat ze kunnen verwachten en wanneer zij bepaalde activiteiten of taken moeten uitvoeren. Hierdoor ontstaat een voorspelbare en veilige omgeving waarin kinderen zich prettig en ontspannen kunnen voelen.

Structuur draagt onder andere bij aan:

● Zelfvertrouwen: kinderen weten wat er van hen wordt verwacht en ervaren hierdoor meer zekerheid.

● Zelfredzaamheid: door vaste routines leren kinderen welke taken zij zelfstandig kunnen uitvoeren.

● Rust op de groep: een duidelijke dagindeling voorkomt onrust en zorgt voor een prettige sfeer.

● Veiligheid en voorspelbaarheid: kinderen weten wat er gaat gebeuren, waardoor zij zich meer op hun gemak voelen.

● Emotionele ontwikkeling: een voorspelbare dag helpt kinderen om emoties beter te begrijpen en te reguleren.

Door vaste routines en duidelijke verwachtingen krijgen kinderen de ruimte om zich stap voor stap te ontwikkelen en steeds zelfstandiger te worden.

Hoe bied je structuur?

Je kunt op verschillende manieren structuur aanbieden en zichtbaar maken. Bij daycare kun je bijvoorbeeld dagritmekaarten ophangen, zodat de structuur van de dag zichtbaar is. Kinderen kunnen hierdoor zelf zien wat ze na het eten of slapen gaan doen en hoe lang het nog duurt voordat hun papa of mama hen komt ophalen.

Bij afterschool kunnen de meeste kinderen al zelf lezen. Je kan bijvoorbeeld de activiteiten voor de week op een bord schrijven. Dit draagt bij aan de voorspelbaarheid. Daarnaast bieden vaste rituelen en routines ook houvast. Zo zou je de kinderen op een vaste manier kunnen begroeten, door ze bijvoorbeeld een high five te geven bij binnenkomst. Of kun je een ritueel toevoegen aan de start van je middag. Begin bijvoorbeeld de middag bij afterschool met een raadsel of weetje van de dag.

Grenzen

Door naast een vaste structuur ook steeds dezelfde grenzen te stellen, bied je kinderen een veilige en vertrouwde omgeving. Tegelijkertijd geef je hen de ruimte om te ontdekken en zich te ontwikkelen. Zo weten kinderen wat er van hen wordt verwacht en hoe ze zich kunnen gedragen. Vooral jonge kinderen zullen de grenzen regelmatig opzoeken. Dit betekent niet dat ze je bewust willen uitdagen, maar dat ze door te ontdekken waar de grens ligt, leren watwel en niet kan. Juist door rustig en consequent te blijven, help je kinderen om deze grenzen te begrijpen. Het is hierbij belangrijk dat je samen met je collega’s dezelfde grenzen en regels hanteert. Want zeg nou zelf: hoe verwarrend is het voor een kind als je op maandag niet mag rennen op de groep, maar op dinsdag wel?

Zorg er ook voor dat je het aantal regels en grenzen beperkt. Te veel regels kunnen kinderen, maar misschien ook jij zelf, moeilijker onthouden. Zo kunnen kleuters ongeveer 5 tot 7 regels tegelijk onthouden. Beperk je daarom tot de regels en grenzen die echt nodig zijn. Zo bied jeduidelijke kaders waarbinnen kinderen vrij kunnen bewegen en ontdekken. Door grenzen te stellen, leren kinderen hun gedrag te reguleren. Ze leren hierdoor ook normen en waarden en ontwikkelen geleidelijk hun geweten.

Tips voor grenzen stellen

Je kunt de volgende manieren gebruiken om grenzen te stellen;

  • Houd je zelf ook aan de regels die je voor de kinderen stelt. Wijk je een keer van die regel af? Leg dan uit waarom. Bijvoorbeeld: “Vandaag mag Pietje voor 1x op de stoel staan, omdat hij jarig is!”
  • Wees consequent en geduldig, dan weten de kinderen beter wat ze kunnen verwachten. Als ze de ene keer wel op de bank mogen springen en de andere keer niet, dan kan dit erg verwarrend zijn.
  • Formuleer met IK; Grenzen kun je aangeven met een IK-boodschap, dit wordt ook wel de Gordon-methode genoemd. Stap 1: Je beschrijft het gedrag dat je ziet. Stap 2: Je beschrijft het gevoel dat je daarbij hebt. Stap 3: Je beschrijft het gedrag dat je graag zou willen zien. Voorbeeld; Ik zie dat je loopt met een schaar, dat vind ik gevaarlijk, ik wil dat je de schaar bij de tafel houdt.
  • Formuleer de regels zo veel mogelijk positief; Probeer het woord ‘niet’ te vermijden en formuleer je grens positief. Bijvoorbeeld: ‘voetballen mag je buiten doen’ in plaats van ‘niet binnen voetballen’.
  • Probeer in volledige zinnen te praten in plaats van (korte) opdrachten, dus: ‘Ik wil da je ophoudt met schreeuwen’ in plaats van ‘stop met schreeuwen’
  • Geef je verwachtingen duidelijk aan van tevoren. Bijvoorbeeld: “Ik wil graag dat je je schoenen aantrekt, want we gaan zo naar buiten.”
  • Biedt een alternatief als je wilt dat het kind stopt met iets anders.

En… Oudere kinderen willen vaak meepraten over regels. Dit kan zeker, maar bewaak ook hierbij je eigen grenzen. Maak bijvoorbeeld samen regels over gewenst gedrag en afspraken op de groep. Wijs de kinderen er ook op wanneer ze zich niet aan hun eigen regels houden.Visie van Enjoy!- Niet straffen, wel begrenzen

En nu hoor ik je al denken: wat als een kind zich niet aan de regels houdt of steeds over mijn grens heen gaat? Hoe ga je daar dan mee om?

Bij Enjoy! kiezen we ervoor om kinderen niet te straffen. We werken vanuit een niet-straffen beleid. Wanneer een kind zich niet aan de regels houdt, zien we dit niet als een reden om het kind te straffen, maar als een aanleiding om verder te kijken naar de oorzaak van het gedrag. Gedrag vertelt ons namelijk iets. Zoals ook in de visie van Steven Pont wordt benadrukt, is gedrag vaak een manier waarop een kind iets duidelijk probeert te maken. Het is daarom belangrijk om te kijken naar wat een kind met zijn of haar gedrag probeert te vertellen en welke behoefte hierachter kan liggen.

Voordat je reageert, kun je jezelf een aantal vragen stellen: Ben ik zelf duidelijk en consequent geweest? Is het voor het kind duidelijk wat ik van hem of haar verwacht? En is mijn verwachting passend bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind?

Wanneer een kind niet luistert, betekent dit niet dat je de grens moet loslaten. Juist dan is het belangrijk om rustig, duidelijk en consequent te blijven. Benoem kort wat je ziet, herhaal de grens en vertel wat je wél van het kind verwacht. Geef het kind vervolgens de mogelijkheid om dit andere gedrag te laten zien. Wanneer het nodig is, kun je het kind hierbij helpen of het kind even uit de situatie halen en een alternatief aanbieden.

Soms is het nodig dat er een consequentie volgt. Een consequentie is iets anders dan een straf. Een consequentie staat in relatie tot het gedrag en helpt het kind om te leren. Een straf is vooral bedoeld om het kind iets te laten voelen of iets af te nemen omdat het ‘iets fout heeft gedaan’. Een passende consequentie kan bijvoorbeeld zijn dat een kind even stopt met een activiteit wanneer het niet lukt om veilig mee te spelen. Je blijft hierbij rustig en maakt duidelijk waarom je dit doet: ‘Het lukt nu niet om rustig met de blokken te spelen. Daarom zetten we de blokken even weg. Als je weer rustig kunt spelen, kunnen we het opnieuw proberen.

Het doel is dus niet om het kind te laten merken dat het iets fout heeft gedaan, maar om een grens te stellen en het kind te helpen ander gedrag te oefenen. Je kunt hierbij onderscheid maken tussen: wat mag niet, waarom mag het niet en wat kan het kind wel doen? Door op deze manier te reageren, blijf je rustig en duidelijk en houd je rekening met de behoefte en ontwikkeling van het kind. Je veroordeelt het kind niet om zijn of haar gedrag, maar probeert te begrijpen wat het gedrag vertelt en helpt het kind om ander gedrag te laten zien. Op deze manier leren kinderen stap voor stap om hun gedrag te reguleren en rekening te houden met de grenzen van anderen.